IM Journalism

A crossmedia experiment

Lunchmeeting 15 mei: Camjo (on)zinnig? mei 15, 2008

Ingedeeld onder: Uncategorized — iris87 @ 4:30 pm

Vandaag in de lunchmeeting: een discussie tussen Allard Berends hoofdredacteur/ directeur van Omroep flevoland en Wim Kramer, manager Nieuws van RTV Utrecht.

Beide heren zitten al tientallen jaren in het vak en hebben het fenomeen camjo zien opkomen. Vooral bij RTV Utrecht wordt veel gebruik gemaakt van de camjo’s; bij Omroep Flevoland veel minder. Het debat werd gevoerd aan de had van 5 stellingen. De stellingen waren allemaal min of meer afgeleid van de mening van Michael Rosenblum, ‘camjo-guru’.

AB: “Als je vaak op journalistieke congressen komt, heb je Michael Rosenblum al 300 keer gezien. Tijdens een congress ( Digital Affairs, Brussel) was hij er weer om te spreken. Er was daar een journalist die opmerkte dat er altijd situaties zullen zijn waarbij de als camjo niet goed kunt werken. Rosen antwoorde: ‘Iedere journalist die niet in staat is om eigen camerawerk te doen is niet geschikt voor het vak en moet je ontslaan’. Dat was voor mij de druppel.”

Berends is het dan ook niet eens met de stelling, namelijk de bovengenoemde uitspraak van Rosenblum.

Bij RTV Utrecht wordt heel veel gewerkt met camjo’s. MK: “Volgens mij zit je veel meer in het verhaal als camjo. Je wordt minder gehinderd door grote camera’s, de geluidsman en dergelijke.

Het wel of niet inzetten van camjo’s in niet alleen een bedrijfseconomische keuze, maar het gaat ook om de kwaliteit. Daarover hebben de beide heren uiteenlopende meningen.

AB: “Gebruiksgemak mag geen doorslaggevende reden zijn, kwaliteit moet voorop staan. Het is gewoon een feit dat je met camjo’s niet op de zelfde manier journalistiek kunt bedrijven en dat vind ik een verarming van de journalistiek.

WK: “Het is inderdaad zo dat wij bijvoorbeeld niet op persconferenties komen omdat dit met een camjo niet gaat, maar intussen zijn wij op straat bij de mensen. Dat vinden wij belangrijker dan het verslaan van gemeentelijke vergadereringen en persconferenties.

De tweede stelling komt in beeld: ‘De camjo is meer bezig met techniek dan met inhoud’.

Allard Berends is het daar mee eens: “Je ziet vaak genoeg dat het goed vertellen van een verhaal een lagere prioriteit krijgt omdat de camjo meer bezig is met de beelden en het monteren.”

WK: “Toch is het zo dat onze kijkcijfers stijgen, dus blijkbaar doen we toch iets goed!”

Door naar de volgende stelling: ‘De camjo maakt betere verhalen want hij kan dichter op het onderwerp zitten’. (Bron: Michael Rosenblum)

AB: “Dat is niet waar want betere verhalen maken hangt af van je eigen kwaliteiten. Er wordt voor stages en banen steeds vaker de eis gesteld dat je een volwaardig camjo moet zijn, maar dat interesseerd mij geen reet! Dat kan ik je zelf wel leren. Ik wil dat een journalist research kan doen, algemene kennis heeft en dat hij weet hoe hij een goed verhaal moet maken.”

Kramer beaamd dat de kwaliteiten van stagiairs soms dramatisch slecht zijn, ”Maar”, nuanceert hij, “we hebben ook een aantal hele goede stagiars rondlopen, dus het zijn uitzonderingen.”

De volgende stelling is: ‘Camjo’s zijn flexibeler dan een tv-ploeg. Daardoor krijgen ze meer vrijheid om hun onderwerpen te kiezen en zelf vorm te geven’.

AB: ”Ja, dat zou mooi zijn, maar ik heb tientallen verschillende redacties meegemaakt en het is overal hetzelfde. op elke redactie zijn er drie van de tien die ideeen hebben en de rest zegt ‘ooo’ en ‘aaa’. Ik ben ook regelmatig in het buitenland geweest en daar is het precies hetzelfde.”

Kramer was het daarmee eens en merkte op dat camjo’s eerder de neiging hebben om ‘niet-nieuws-reportages’ te maken. Veel kijkers, zo bleek uit een onderzoek, haken massaal af als een een niet-nieuws item kwam tijdens een nieuwsuitzending. “De kijker wil nieuws”.

De laatste stelling is: ‘De scholen voor journalistiek moeten de studenten tot camjo opleiden, anders vinden ze geen baan.’

WK: ”Het leren werken als camjo is zeker goed, maar de journalistieke basis van algemene kennis en kennis van goed interviewen en research doen wordt steeds meer onderschat, terwijl het essentieel is.”

Uiteindelijk blijkt dus dat Kramer en Berends het grotendeels met elkaar eens zijn, maar ze benaderen het werken met camjo’s anders.
WK: ”We hebben gewoon een andere jas aan”.
AB: ”Het is niet zo dat ik camjo’s niet goed vind, integendeel, ze kunnen heel effectief zijn. Waar ik tegen ben is de profeet Michael Rosen die geen ruimte laat voor andere opties.
In mijn ogen moet je profeten altijd wantrouwen.”

 

Leave a Reply